maandag 27 februari 2017

Ontmoeting Prins Jerome I van Maastricht met Anne Louis Cammenga, R.K.-Directeur Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) - Website: www.iwoii.nl

Op zondag, 26 februari, de eerste dag waarop het Carnaval officieel in Maastricht van start gaat, heeft Zijne Hoge Hoeglöstigheid Prins Jerome I van de Tempeleers 2017, Prins Carnaval van Maastricht een ontmoeting gehad met Anne Louis Cammenga op het Vrijthof in Maastricht. Anne Louis Cammenga is directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) (Website www.iwoii.nl).  

Ontmoeting van Zijne Hoge Hoeglöstigheid Prins Jerome I van de Tempeleers 2017, Prins Carnaval van Maastricht met Anne Louis Cammenga, directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII).

Deze ontmoeting op het Vrijthof in Maastricht wordt door Prins Jerome I, Prins Carnaval van Maastricht 2017 en Anne Louis Cammenga, directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) met een welgemeende, ferme handdruk bezegeld.


Ook poseerde Anne Louis Cammenga, directeur van het Informatiecentrum Tweede Wereldoorlog (IWOII) met leden van het in 1951 opgerichte Garderizzjemint de Kachelpiepers, een op een militair garderegiment geënt muziekkorps, dat in kilt en Schotse ruit gehuld de Stadsprins begeleidt. De extra groen-rood-gele sjaal die Cammenga voor deze gelegenheid om zijn nek draagt, zijn in de carnavalskleuren van de stad Maastricht. 


De Geschiedenis van het Carnaval - Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Carnaval

Carnaval (ook wel 'Vastenavond' - vooravond van het vasten) is van oorsprong een rooms-katholiek volksfeest, dat mogelijk ook heidense wortels heeft en gevierd wordt in de drie dagen voorafgaand aan Aswoensdag. Volgens de traditie duurt het feest van zondag tot dinsdagavond - de Vastenavond. Om middernacht vangt de vastentijd aan van 40 dagen, tot Pasen.

De oorsprong van het woord moet waarschijnlijk gezocht worden in het Italiaanse carne levare (kerklatijn: carnem levare), het 'opheffen/wegnemen van het vlees'. Verschillende alternatieve etymologieën zijn voorgesteld, maar zijn niet houdbaar gebleken, met name vanwege het al in de 10e tot 12e eeuw voorkomen van de Italiaanse vorm carnelevale.
Van oudsher is carnaval een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te buiten te gaan voor de vastentijd, waarin men zich beperkte tot het minimaal noodzakelijke.
Op vette dinsdag (voor de vasten) werd al het vet dat er in huis was opgemaakt omdat het anders zou bederven. De vasten is ter herdenking van de 40 dagen die Jezus volgens het Nieuwe Testament in de woestijn vastte en tevens tot bezinning op de christelijke kernwaarden.

Datum van carnaval

De carnavalsdatum vindt zijn huidige oorsprong in de kerkelijke kalender, die gerekend wordt vanuit Eerste Paasdag. Paaszondag is, volgens het Concilie van Nicaea (325 na Christus), de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart). De vastentijd begint 40 vastendagen voor Eerste Paasdag, waarbij zondagen niet mee tellen. De eerste Carnavalsdag valt dan zeven weken voor Eerste Paasdag. Carnaval begint officieel op zondag.
Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart vallen en op zijn laatst op 25 april. Als gevolg daarvan is het vroegst mogelijke carnaval op 1 februari; de laatst mogelijke datum is 9 maart.

Carnaval in Europees Nederland

In Europees Nederland wordt, voorafgaand aan de vastentijd, twee soorten carnaval gevierd: Het Rijnlands carnaval en het Bourgondisch carnaval.  
De Rijnlandse variant wordt veelal in Limburg en het zuidoosten van Noord-Brabant gevierd, de Bourgondische variant in het noorden en westen van Noord-Brabant, in Zeeland en in een groot gedeelte van Gelderland, zoals in de Achterhoek en de Liemers, maar ook in Twente wordt het groot gevierd. Met de 'Grote Twentse Carnavalsoptocht' in Oldenzaal. De traditie om de stedennamen te veranderen komt uit Noord-Brabant, maar wordt in Limburg weinig gedaan, in Twente daarentegen weer wel. Het Rijnlandse carnaval in Nederland is een afgeleide van het Keulse carnaval. Het Bourgondische carnaval is ontstaan uit de traditionele eetfeesten tijdens carnaval in de Zuidelijke Nederlanden, vooral Vlaanderen.
Duur
Officieel duurt carnaval van zondag tot en met dinsdag, maar in de huidige praktijk is het vaak zo dat er tussen 11 november en het eigenlijke feest al tal van aan carnaval verbonden festiviteiten plaatsvinden, vooral in de laatste weken voor carnaval. Soms vinden er ook op Aswoensdag nog enkele carnavalsactiviteiten plaats.
Op 11 november (de elfde van de elfde), om precies 11.11 uur, begint het carnavalsseizoen. In Nederland wordt deze start van het seizoen in vrijwel iedere carnavalvierende plaats met een zekere ceremonie gevierd. De reden voor deze datum ligt bij het getal 11, dat van oudsher als het getal van dwazen en gekken wordt beschouwd.
11 november is exact 40 dagen voor 21 december, de kortste dag. Toevallig ook de feestdag van Sint Maarten (het sint-maartensfeest). Dit is het begin van de donkere periode voor KerstmisMaria-Lichtmis is op 2 februari, wat weer exact 40 dagen na Kerstmis is.
Elk jaar wordt er door elke carnavalsvereniging weer een prins en een of meerdere adjudanten uitgeroepen. Bij sommige verenigingen worden er ook jeugdprinsen en jeugdadjudanten gekozen.

Statieportret van Zijne Hoge Hoeglöstigheid Prins Jerome I van de Tempeleers 2017, Prins Carnaval van Maastricht
De Raad van Elf, de Adviseur van de Prins. 

Carnaval in Maastricht (Maastrichtsvastelaovend in Mestreech) - Bron: Wikipedia - https://nl.wikipedia.org/wiki/Carnaval_in_Maastricht

Geschiedenis

Dit is een bijzondere vorm van carnavalsviering in de Nederlandse stad Maastricht. Het Maastrichtse carnaval is een combinatie van Rijnlands carnaval en Bourgondisch carnaval, met een aantal unieke elementen, zoals de Bónte Störm-optocht en het straatcarnaval met tientallen zate hermeniekes. Het Maastrichts carnaval trekt elk jaar een groot aantal bezoekers uit Limburg en andere delen van Nederland. Afwijkend van de gewoonte van met name Brabantse steden en dorpen om tijdens het carnaval een andere naam aan te nemen, blijft Maastricht zich gewoon Mestreech noemen.


Over het Maastrichtse carnaval vóór 1800 is weinig bekend. Vastenavond (mardi gras of vette dinsdag) werd traditioneel door katholieken aan de vooravond van de vastentijd gevierd. Kerkelijke en wereldlijke overheden stonden afwijzend tegenover de uitspattingen die zich bij die gelegenheid voordeden. In de middeleeuwen worden deze uitspattingen in diverse raadsverdragen genoemd. Na het Beleg van Maastricht (1632) verbood de militaire gouverneur van Maastricht de feestelijkheden jaar op jaar. De vastenavondviering kwam onder zware druk, maar verdween nooit, zoals diverse archiefstukken bewijzen. Zo deed zich op vastenavond 1773 in een herberg op de Kleine Gracht een fikse ruzie voor tussen de smid Johan Rosen en zijn vrouw Marie. De laatste beklaagde zich volgens de processtukken bij enkele daar aanwezige vrouwen: "Gij houd mijnen man op en oock die swarte hoeragtige Greet met haere swarte hoeragtige oogen, die daar sit tusschen die twee kerels". Ook in de periode van de belegstaat (1830-39), toen Maastricht een "Hollandse" enclave binnen Belgisch gebied vormde, gold een verbod op het vieren van carnaval. 

In 1839, na het beëindigen van de belegstaat, werd de herensociëteit Momus opgericht. Deze sociëteit gaf het vanouds spontane volksfeest carnaval een meer georganiseerd karakter door naar Rijnlands voorbeeld zittingen en optochten te houden. De zittingen waren vooral bedoeld voor leden van Momus en andere beter gesitueerden, en vonden plaats in de sociëteit Momus aan het Vrijthof. Het volk vierde carnaval op straat, waarvoor echter tal van ge- en verboden golden. Momus ging in 1939 ter ziele, maar haar rol werd later overgenomen door De Tempeleers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het vieren van carnaval verboden. Gemaskerd rondlopen bleef zelfs tot 1949 verboden, waarna het geleidelijk in onbruik raakteIn die tijd organiseerde de sociëteit niet alleen het carnaval, maar ook allerlei andere activiteiten voor haar leden. Ook hield men zich bezig met filantropie, onder andere door middel van een gaarkeuken (1846-1919) en een oudemannenhuis (1888-ca.1960). Al rond de eeuwwisseling ging het slecht met de vereniging. In 1935 werd de laatste optocht georganiseerd. De organisatorische leiding van het carnaval in Maastricht was daarna in handen van Maastricht Vooruit, de voorloper van de Maastrichtse VVV, en het daaruit voortgekomen "comité van vijf".

Op 16 november 1945 werd de carnavalsvereniging De Tempeleers opgericht om het Maastrichtse carnaval nieuw leven in te blazen. De Tempeleers waren in feite voortgekomen uit het "comité van vijf", dat al voor de oorlog de carnavalsoptochten organiseerde. De naam van de vereniging was geïnspireerd op de tempeliers, een middeleeuwse geestelijke ridderorde, waarvan de leden bekendstonden als stevige drinkers. Initiatiefnemer en drijvende kracht achter de vereniging was Frans Thewissen. De Tempeleers hebben een bepalende invloed gehad op de ontwikkeling van het Maastrichtse carnaval tot wat het nu is. Naast het aanwijzen van de Stadsprins en het organiseren van de carnavalsoptocht, houdt de vereniging zich, net als haar voorganger, bezig met sjariteit (liefdadigheid).
Een belangrijk onderdeel van de vereniging is het in 1951 opgerichte Garderizzjemint de Kachelpiepers, een op een militair garderegiment geënt muziekkorps, dat in kilt en Schotse ruit gehuld de Stadsprins begeleidt en ook buiten het carnavalsseizoen talloze evenementen opluistert (zie de vier foto's hieronder).







Sinds de jaren 70 is het aantal zate hermeniekes (zie hieronder) sterk gestegen, waardoor het straatcarnaval een enorme impuls heeft gekregen. Eind jaren 90 kwamen daar de sambabands bij, een nieuw element in het Maastrichtse carnaval. In de jaren 70 en 80 verheugden de hieringbieteconcerten van het Maastrichts Salonorkest op Aswoensdag zich in een grote populariteit. Het salonorkest, onder leiding van André Rieu, ontwikkelde zich later tot het inmiddels wereldberoemde Johann Strauß Orchestra.

Sinds 2001(?) organiseert de Sjeng Kraft Kompenei, genoemd naar de volkszanger Sjeng Kraft, de "Elfde van de elfde". In enkele jaren groeide het evenement uit tot een ware happening, dat vanuit heel Limburg tienduizenden carnavalsvierders, vooral jongeren, naar Maastricht lokt. In 2008 trok het evenement zoveel bezoekers dat het uit de hand dreigde te lopen.

In december 2010 ontstond grote ophef toen burgemeester Onno Hoes verordonneerde dat voortaan tijdens het carnaval bier in plastic glazen getapt moest worden, omdat de vele gebroken glazen tot onveilige situaties geleid zouden hebben. In de media ontstond een storm van protest en carnavalsvereniging De Tempeleers tekende protest aan. Nadat bijna alle gemeenteraadsfracties zich tegen het verbod van bierglazen hadden uitgesproken, schortte de burgemeester het verbod op.

Door de voortschrijdende diversificatie van de Maastrichtse bevolkingssamenstelling - met name door het toenemend aantal niet-Limburgse studenten - is het Maastrichtse carnaval de laatste jaren onderhevig aan sterke veranderingen. Om studenten meer bij het carnaval te betrekken introduceerden De Tempeleers een eigen carnavalssymbool voor de studenten, Vrouw Wielemösj (onvertaalbaar), net als het Mooswief een pop van een vrouw, wellicht een hospita voorstellend. Het bezit van Vrouw Wielemösj moet elk jaar door de vijf Maastrichtse studentenverenigingen worden bevochten door haar te trachten te schaken.

Verloop van het Maastrichtse carnaval

Het evenement Elfde van de elfde vindt jaarlijks plaats op 11 november, een datum die vanwege het tweemaal voorkomen van het gekkengetal 11 geldt als het begin van het carnavalseizoen. Op het Vrijthof verzamelen zich duizenden carnavalsvierders voor het podium waar populaire artiesten als Beppie Kraft, Gé Deenen, Kartoesj, W-Dreej, De Toddezèk en Neet oét Lottum optreden. Elders in Limburg beginnen vanaf die datum, met een korte onderbreking rond Kerst en Nieuwjaar, de awwieverbals ("oudewijvenbals"). In Maastricht heeft die traditie nauwelijks post gevat.
Hoewel in de verschillende wijken en stadsdelen van Maastricht diverse carnavalsverenigingen actief zijn, allemaal met een eigen Raad van Elf en een Prins Carnaval, is er desalniettemin in Maastricht maar één Stadsprins en dat is de prins die door CV De Tempeleers wordt aangewezen. Kandidaten worden door de Kanselarijraad van De Tempeleers beoordeeld. Vier weken vóór carnaval wordt de naam van de nieuwe Stadsprins bekendgemaakt, altijd aangeduid als Zienen Hoegen Hoeglöstegheid ("Zijne Hoge Hooglustigheid").

Het eigenlijke carnaval

Zaterdag
Zaterdag voor carnaval wordt in de vroege middag de Stadsprins opgehaald op Station Maastricht. Aansluitend trekt een optocht met muziek- en carnavalsverenigingen naar de Markt. Tijdens een carnavaleske ceremonie in het Stadhuis van Maastricht vindt vervolgens de sleuteloverdracht plaats van de burgemeester aan de prins. Deze zitting is alleen op uitnodiging toegankelijk. De spreekstalmeester van De Tempeleers, de otoriteitetoeker ("autoriteitenplager"), neemt tijdens de zitting, waarbij traditioneel ook enkele Haagse politici aanwezig zijn, de plaatselijke (en landelijke) politiek op de hak.

Zondag

Zondag is eigenlijk pas de eerste dag van het driedaagse Maastrichtse carnaval, hoewel tegenwoordig ook al op vrijdag en zaterdag carnaval gevierd wordt. Op zondagochtend vindt op het Vrijthof het inschieten van het carnaval plaats (zie foto hieronder).

In aanwezigheid van de Stadsprins en de Raad van Elf worden om 11.11 uur enkele kanonschoten gelost met het Momus-kanon, een klein kanon dat waarschijnlijk in de 19e eeuw is geschonken door een garnizoensofficier die lid was van de Momus-sociëteit. 

Daarna wordt een pop van het Mooswief (een ouderwets geklede marktvrouw, symbool van het Maastrichtse carnaval) aan een paal omhooggetakeld. Deze pop blijft tot dinsdagavond het middelpunt van het Maastrichtse carnaval (zie foto hierboven).

Op zondagmiddag vindt de Groete Optoch ("grote optocht") plaats, vanaf Wyck, over de Sint Servaasbrug, naar de binnenstad van Maastricht
Prins Jerome I en zijn Raad van Elf op een praalwagen tijdens de optocht. 


Prins Jerome I en één van de leden van zijn Raad van Elf in zijn praalwagen.

De optocht is een kleurrijke parade waarin diverse verenigingen en vriendenclubs hun beste beentje voor zetten om een origineel onderwerp uit te beelden. Tussen de geregistreerde carnavalswagens en -groepen bewegen zich kleinere groepjes en individuen, die het geheel tot een bónte störm ("bonte storm") maken. Aansluitend begint het straatcarnaval.

Maandag

Carnavalsmaandag begint met de Stumpkeszitting van de Sjeng Kraft Kompenei in Wyck, een soort comedycafé op Maastrichtse wijze. 's Middags gaat de familieoptocht van start, waarin veel ruimte is voor kinderen. Op het Vrijthof vindt een poetezitting plaats (open podium voor kinderen) en wordt een rijaloet (een soort rijdans) gevormd. Op de Kesselskade vindt een parade van karnevalskaare (versierde bierfietsen of andersoortige karren) plaats. Elders in de stad gaat het straatcarnaval verder tot ver na middernacht.

Dinsdag

Dinsdag is de eigenlijke vastenavond, hoewel de meest fervente carnavalsvierders tegen die tijd aan het eind van hun krachten zijn. Op carnavalsdinsdag vindt 's middags op het Vrijthof het Zate Hermeniekesconcours plaats. De deelnemende zate hermeniekes trekken door het centrum van Maastricht en spelen tot vermaak van het publiek voor een jury op het Vrijthof. Daarbij worden onder andere prijzen uitgereikt voor hard en vals spelen.
Om middernacht wordt het Mooswief na een korte ceremonie omlaaggetakeld, waarmee een einde komt aan het carnaval.

________________________________________________________________________

Hieronder treft u een foto-impressie aan van het Carnaval in Maastricht 2017:

Het Mooswief op de Grote Markt in Maastricht.

Het is de traditie dat Prins Carnaval een krans om het hoofd van dit stenen beeld, genaamd Mooswief, heen legt. 

De Grote Reus van Maastricht. Traditiegetrouw beschermt deze reus Maastricht tegen gevaar en onheil.

Portretten van de vroegere Prinsen Carnaval van Maastricht.

De aanvoerder van het Schotse regiment.

Het Schotse regiment volgt de bevelen van hun aanvoerder nauwgezet op.

Prins Jerome I van Maastricht.

Prins Jerome I luistert aandachtig naar de vele toespraken.

Eén van de leden van de Raad van Elf, het College van Adviseur dat de Prins gedurende deze Carnavalstijd trouw terzijde staat.


Het Schotse regiment.

Dat - indien nodig - Prins Jerome I met namaakgeweren volledig kan beschermen.


Het vaandel van het in 1951 opgerichte Garderegiment 'De Kachelpiepers'.

Eén van de vele, schitterend uitgedoste deelnemers tijdens de Carnavalsoptocht.

Vele vaandels dragen namen van Christelijke Rooms-Katholieke Heiligen. Zoals in dit geval het vaandel van 'De Harmonie van Sint Michael'.

De vaandeldrager van 'De Keemeneers van Mestreech-Oos'.

In een uiterst fraai militair tenue gekleed.

Ook was er een schattig klein leeuwtje aanwezig.


De harmonie van Sint Petrus en Sint Paulus.

De Engel van Maastricht. Een engel komt voor in het stadswapen van Maastricht. De engel is zeer waarschijnlijk afgeleid van Stella Maris, een variant van de Heilige Maagd Maria, die met name door vissers vereerd werd. Bij beelden en afbeeldingen van Stella Maria is de ster op de borst van de Heilige Maagd Maria geplaatst


Een vaandel met daarop afgebeeld het eeuwenoude potentiekruis dat ook wel het verkorte krukkenkruis wordt genoemd. Het Krukkenkruis wordt algemeen beschouwd als het kenmerk van de katholieke Scouting organisaties. Het Krukkenkruis vindt zijn oorsprong in het wapen dat Godefroy de Bouillon voor het Koninkrijk Jeruzalem koos, het Jeruzalemkruis. Ze werd vervolgens overgenomen door Jacques Sevin in 1916 als installatieteken voor de Belgische scouts die geen uniformen konden dragen omdat scouting verboden was door de Duitse bezettingsleger in het land. Bij de oprichting van Fédération nationale catholique des scouts de France (Nationale Federatie van Katholieke Scouts van Frankrijk) in 1920, werd dit symbool gekozen als logo en daarna verspreide zich onder andere Scouting organisaties in het buitenland. Er zijn twee krukkenkruizen te vinden in het logo van Scouts en Gidsen Vlaanderen. Krukkenkruizen waren ook te vinden in de logo's van onder andere het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts en Meisjesgidsen, de Katholieke Verkenners en de Nederlandse Gidsen. Het logo van de Verkenners van de Katholieke Jeugdbeweging was een volledig Jeruzalemkruis. Bron: Scoutpedia.nl - Link: https://nl.scoutwiki.org/Krukkenkruis . 
 ________________________________________________________________________






________________________________________________________________________